Een weinig geschiedenis:

Sinds de onafhankelijkheid, nu 176 jaar geleden, werden in België meerdere Marinekorpsen opgericht en opgeheven.
 
De Koninklijke Marine

Op 15 januari 1831 besloot het Congres van de pas opgerichte Belgische Staat een Koninklijke Marine op te richten.
Dit als reactie op de Nederlandse Vloot die iedere handelsactiviteit van België belemmerde.
Besloten werd 2 brigantijnen en 4 tweemast kanonneerboten te bouwen. De recrutering van het Marinekorps ging evenwel
met veel moeilijkheden gepaard, vermits de Belgen tijdens het Hollands regime systematisch uit de kaders van de Marine
werden geweerd.

Na het beëindigen van de oorlog met Nederland werd het beschermen van de haringvangst de voornaamste opdracht
van de Belgische Marine. Bovendien begon de Staat met ingang van 1834 de bemanning uit te lenen aan de handelsscheepvaart
met het oog op het bevorderen van de economische activiteiten met het buitenland (o.a. de kolonies). In 1838 en 1839 werd de Koninklijke Marine gesplitst: de brigantijnen werden naar Oostende gestuurd, de overige eenheden bleven in Antwerpen. Twee handelsfactorijen werden opgericht. Zo voer de Louise-Marie naar Santo-Thomas in Zuid-Amerika en naar Rio Nunez in Afrika.

De Louise Marie
De "Louise-Marie"
Een zestal jaar later werd de scheepvaartlijn tussen Oostende en Dover geopend. Omwille van problemen met
de kolonies en het vertzet in het parlement betreffende het nut van de Belgische Vloot werden de schepen één voor één
ontmanteld zodat uiteindelijk op 11 april 1862 de regering besloot de Koninklijke Marine te ontbinden.

Het korps van Torpedisten en zeelieden (1914 - 1927)

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog deed de nood aan een Marine zich weer gevoelen.
Met stukjes en brokjes ging men over tot de oprichting ervan. Zo werd naar aanleiding van het losbreken van
de onbeperkte Duitse onderzeebotenoorlog, die zware verliezen toebracht aan de Geallieerden in 1917 besloten
tot de oprichting van een bemanningsdepot te Calais.
Dit Depot moest een Saf omvatten samen met 2 compagnies zeelui en 1 peleton marineartillerie (400 man).

Na de oorlog werd dit Depot gekazerneerd te Oostende in het Leopoldsfort. Krachtens het Verdrag van Versailles kreeg
de Marine 11 torpedoboten en 26 mijnenvegers toegewezen; het waren door de Geallieerden buitgemaakte Duitse schepen.
Bovendien werd beroep gedaan op het Depot om toezicht te houden op de Rijn en dit vanaf Keulen tot de Nederlandse grens;
hiertoe werd de Rijnflottielje opgericht.

Op 19 mei 1919 werd het Bemanningsdepot vervangen door het Korps van Torpedisten en Zeelieden. Vier jaar later,
na het in leen krijgen van de Franse kruiser d'Entrecasteaux, gebeurde een hergroepering van de vloot te Brugge.

Niettemin bleef men in het Parlement kritiek spuien op de Marine zodat uiteindelijk door een Koninklijk Besluit beslist werd
op 31 maart 1927 over te gaan tot de afschaffing van het Korps van Torpedisten en Zeelieden.

De Kruiser D'entrecasteaux De Kruiser D'entrecasteaux
De Kruiser "D'entrecasteaux"
De Belgische Zeemacht

1940: De Belgische Zeemacht werd geboren in de schoot van de Royal Navy, waar in de laatste wereldoorlog
een Belgische Sectie werd opgericht. Talrijke Belgische vrijwilligers kwamen in Groot-Brittanië aan.

In 1942 worden 2 Britse korvetten, de "Buttercup" en de "Godetia" volledig bemand met leden van de Belgische Sectie.
De Belgen bemannen eveneens het 118de smaldeel mijnenvegers. De 2 korvetten nemen tijdens de oorlog ook nog deel aan
verscheidene operaties in de Atlantische Oceaan.

6 juni 1944: De landing in Normandië. De 2 korvetten zijn eveneens van de partij en nemen actief deel aan de landing.

In oktober 1944 varen de mijnenvegers van het 118de smaldeel de haven van Oostende binnen. Vanaf dat ogenblik begint
het gevaarlijke en zenuwslopende mijnenvegen voor onze kust.

HMS K193 Buttercup HMS K193 Buttercup HMS K193 Buttercup
De K193 HMS "Buttercup" , op de derde foto 2 vlaggen achteraan, de Britse en de Belgische vlag.
HMS Godetia HMS Godetia
HMS "Godetia"
In het jaar 1945 beschikt de Zeemacht over een mailboot, de "Princesse Marie-José", de visserijwachtschepen "Artevelde"
en "Breydel", de boeienlegger "Barcock", 9 mijnenvegers van het type MMS, 2 hulpvaartuigen en 2 havensloepen.

In september 1946 overhandigt de Prins-Regent de standaard aan de Zeemacht. In april 1947 draagt de V.S.-marine
een fregat, dat de naam "Luitenant-ter-Zee Victor Billet" krijgt over aan de Zeemacht.

In maart 1949 gaat de Zeemacht over van het Ministerie van Verkeerswezen naar het Ministerie van Landsverdediging.
Nog in hetzelfde jaar wordt een akkoord gesloten met de Britse Admiraliteit voor de aankoop van 6 schepen:
het zijn mijnenvegers-escorteurs van het type "Algerines".

In 1950 breekt het conflikt in Korea uit. Het oud bananenschip "Kamina" word omgebouwd tot troepentransportschip om
een aantal mensen van het Belgisch-Luxemburgse vrijwilligers-bataljon te transporteren naar Korea, in de volksmond genaamd
"de Korea-vrijwilligers".

Boeienlegger Barcock Fregat Luitenant ter Zee Victor Billet AP907 Kamina
Boeienlegger "Barcock"
F910 "LTZ Victor Billet"
AP907 Kamina
De schepen van de Zeemacht voeren de witte vlag met het driekleurig St.-Andrieskruis. 1950 is ook het jaar waar het
Centrum voor Marinevorming te St.-Kruis officieel wordt geopend met als eerste Commandant,
de Kapitein-ter-Zee P. van Waesberghe.
In 1951 worden nog twee nieuwe basissen geopend, nl. te Antwerpen en Zeebrugge.

In 1952, in het toenmalig Belgisch Kongo, word de Basis Kitona in beneden Kongo geopend.

De Rijnflottielje, bestaande uit zes snelle rivierboten, word opgericht in 1953, evenals de Marinebasis Banana
in onze voormalige Kolonie. Tevens is 1953 ook een jaar dat vele kustbewoners niet zullen vergeten: "Oostende onder water!".
De Marinejongens hebben in die gure februaridagen een flink handje geholpen.

Oostende onder water Oostende onder water Oostende onder water
Oostende onder water Oostende onder water Oostende onder water

In 1954 wordt de Logistieke Groepering Zeemacht opgericht en kan men "eindelijk" de fameuze "Hangaar 5" verlaten.
Na twee reizen naar Belgisch Kongo en één naar de U.S.A. vertrekt de "Kamina" voor zijn tweede reis naar Korea.

In 1955 brengt Z.M. de Koning een bezoek aan Kongo waar hij ook aan boord van "De Brouwer" opgevangen wordt.
Het is ook in dit jaar dat de eerste Hoogzeemijnenveger type MSO, nl. de "Artevelde" te Oostende aankwam.
Op 1 juni verlaat Commodore Timmermans de Zeemacht om op rust te gaan. In 1956 wordt de eerste steen gelegd van de Mijnenbestrijdingsschool te Oostende, in aanwezigheid van Z.K.H. de Prins van Luik.

In 1957 onvangt de Zeemacht twee nieuwe Hoogzeemijnenvegers de "Bovesse" en de "Breydel". De Algerine "Dufour"
vertrekt naar Kongo en krijgt de naam "N'Zadi". Te Antwerpen loopt de eerste van 16 ondiepwatermijnenvegers,
de "Herstal" van stapel.

In 1958 wordt het fregat "Ltz. V. Billet" gedeklasseerd te Kruibeke en worden er 13 ondiepwatermijnenvegers type MSI
afgeleverd. Prins Albert houdt een belangrijke rede in de Senaat aangaande de Marine en Maritieme aangelegenheden.

In 1959 wordt de vloot uitgebreid met twee Canadese Algerines, de "LecointeII" en "DufourII". In augustus vertrekt een
eskader van acht schepen naar Kongo. In de basis van Banana word een beroepsschool geopend.
Deze basis, onder bevel van Kapitein-ter-Zee G. Depoorter, neemt meer en meer uitbreiding.

HMCS Wallaceburg F 901 Lecointe-II
"HMCS Wallaceburg" Canadese Algerine die in 1959 onze "F 901 Lecointe-II" werd.